Re: Wantalen



Bjorn wrote:
Rob Bishoff wrote:
Het WNT is chronologisch ingericht en de citaten zijn meestal van een
jaartal voorzien.

Bij Wantaal stamt het vroegste citaat onder 1) uit 1528 (voor citaten
van v��r 1500 zou je in het Middelnederlandsch Woordenboek moeten
kijken). Het vroegste citaat onder 2) stamt uit 1704 (of 1610 voor de
vorm Wantalig) en het boerse uitschelden onder 3) wordt pas vanaf 1739
aangetroffen -- bijna 400 jaar later.

Ik was effe bezig met iets urgents, dus nu pas tijd voor reactie.

Het lijkt me dat een citaat uit 1340 beter begrepen kan worden met de
oude/oudste betekenis. Een boer -- zeker een boer die belangrijk genoeg
was om te boek te stellen -- had ook in de middeleeuwen al te maken met
rechtsformules en procedures, denk ik.

Dat is duidelijk. Een boete voor het niet volgen van een procedure of
het niet exact doen wat was voorgeschreven.

Toch niet helemaal, MNW geeft:

WANTALE, znw. vr. — 1) Gebrekkige rechtstaal, verkeerd gebruik van woorden in de geijkte rechtsformules. Vgl. mnd. wansprake, „het slecht spreken ten gevolge eener verwonding”. || Een taelman die ... der luden saken niet by en brenct so voirs. is ende dairby verzuymt mit wantale, dair hy sprect voir goet, lijf of lit, ... hy is verbonden dat goet op te rechten, Matthijsz. 101. Ist dat een taelman mit wantale, Leenr. 3; ook 11 (zie bij leelijcheit, 1). So sel onse scout van Markerhoif rechten mitten scepenen aldair van scade ende van scoude, ... en sal nyement ban noch boete verbueren van stampelinge (l. scampelinge) van woirden noch mit wantalen, O. Vaderl. R. 1, 256, 6 (a. 1404). Soo en sal daer niemandt boetschuldigh werden met wantale voor zynen daghelijckschen rechter, ten waer dat hy over vonnis dingede van scheepenen, ende uytgheseyt voor onsen bailliu, Lams, Kennemerl. 47 (a. 1415; Mieris 2, 823a; vgl. D. War. 1, 570 en 2, 119: „Karel V schafte de boeten wegens wantalen en achtertalen in criminele en civile zaken als „abuys” en „quade oude gewoonte of corruptele” in Zuid-holland aften jare 1533; Oudenh. bl. 445: „dat de wantale ende achtertale sullen geheel af wesen in criminele saken ende in civile saken”). Dat in onser scouwen van onser (l. onsen) lande van Huesden ... van wantaele, van qualicken dijcken, van dingtale ende van al dat in onser scouwen aldair geschien mach den dijckrecht aenruerende die hoochste bruecke ... sal wesen enz., Mieris 4, 144a (a. 1410). Sy en sellen bannen noch boeten verbooren mit scampelinghe noch mit wantale, 3, 481 (a. 1387; ook 516b: „mit strampelinge noch mit wantale 11). W. van wantalen (beboet met) 6 sc., Rek. d. Gr. 1, 274; ook 324. Van G. A. soone van enen hooghen ban van wantalen, Reg. Bisd. 470. W. ene boete van erftalen, A. ene boete van wantalen, 495. Wair dat yemant den anderen over dief anevenghe binnen sinen huse ..., waer dat hi hem (zich) ontginge met wantalen of by versumenesse, dat men proeve(n) mach ..., dat men om el negene zake gevangen en heeft dan met dieveliken goeden, die verboorde enz., Priv. v. Brielle 2, 17 (a. 1330).
2) Onbehoorlijke of beleedigende taal. || Van op die gherechte te spreecken ende wantaele, R. v. Schiedam 95, 6 Opschr. (ald. art. 2: „soo wye den anderen voor den gherechte dreygende woorden gheeft omdat hy recht spreeckt, ofte dat hij staet ende kijft”).

Deel 2 blijft als mogelijkheid staan. Hier moet dus de exacte tekst geanalyzeerd worden.

Groeten,
Richard

--
Richard van Schaik
f.m.a.vanschaikREMOVE@xxxxxxxxxxxxxx
http://www.fmavanschaik.nl/
.